Geplaatst op

“Op naar het Licht” ter herinnering aan erelid Krijn Saman

Vandaag namen we afscheid van ons erelid, Oop, oud marineman Krijn Saman.
 
Krijn kon prachtig schrijven. Krijn heeft nog een tijdje op het stichting schip Luctor et Emergo gewoond. Een van zijn schrijfsels over zijn leven welke hij daar achterliet, willen we graag met jullie delen, ter ere aan hem:
 
“Op naar het licht…”
 
.. sprak mijn vader, in navolging van het socialistisch strijdlied van De Stem des Volks, die ik die ochtend ná het nieuws van acht uur nog als zesjarige meegegalmd had. De oude, vooroorlogse Erres-radio die het kolenhok overleefd had en evenveel licht als warmte gaf als geluid, zou de volgende dag een poosje zwijgen, maar dat wist ik nog niet. Mijn moeder had twee dubbele bammetjes met gekookt spek, uit de snert gevist, belegd en een sneetje zoete koek met boter in zijn blikken trommeltje gedaan en een thermosfles. Tezamen in de geknoopte tas. Óp naar het licht, 198 stenen treden en veertig ijzeren! Naar de ruim vijf miljoen kaarsen! Dát mag toch wel met recht “Het Licht” genoemd worden, u en ik hebben dat niet zomaar op ons nachtkastje staan, toch?
 
Wij, ik en mijn zusjes, moesten tegelijk naar bed, dat vonden we helemaal niet erg. Want Jan de Wind deed heel flink z’n best. Dat was spannend! Bovendien kregen we een kruik mee, want het was best wel stervens-steen-koud! Dan kropen we stiekem bij elkaar en gingen liedjes zingen: “hallie-halloo, hallie hallohóo, óp naar het licht!” de bombastische tekst, kinderlijk transponerend. Door de gierende wind kon mama tóch niks horen en papa was aan het oppassen boven!
Jan de Grote, van Noordwestelijke afkomst, blies die nacht met niets ontziende adem, het licht uit. Van heel Zeeland trouwens…
 
“…het is Ramp”, verwelkomde papa die ochtend ons, bij een flakkerend olielampje op de ontbijttafel. Wát gezellig, vonden wij, en wat bedoelde papa nou met ramp? Niet beseffend welk een onheil en rampspoed de Zeeuwse bevolking aan het treffen was, werd de komende periode één groot feest: er kwamen vliegtuigen op het strand, een groot Fins vrachtschip lag er uit te rusten. Helicopters op het sportveld van de school! De gele, waarop “Je-ze-bel” stond, vond ik de mooiste!
 
Talloze tekeningetjes heb ik er van gemaakt. Ik word helicopterpiloot!
 
De vuurtoren is een jaar later ingrijpend verbouwd, het licht aangepast, met noodverlichting op propaangas. Er kwam een plee boven. Hoe deden ze dat in godsnaam vroeger dan? In gedachten zag ik als zevenjarige…
 
Helicopterpiloot ben ik nooit geworden. Wél kwam ik als twintigjarige als “vliegtuig-radio-radar-monteur” bij een helicoptersquadron. Ik mocht zelfs één keer in de vlucht de knuppel vasthouden van de Agusta-Bell van de sergeant-vlieger.
 
In de weekends was ik telkens weer bij Het Licht.
 
De evolutie gaat snel. Mijn vader gaat met pensioen. Mijn broer wordt overgeplaatst, mijn broer die de legitimatie aan mij gaf om regelmatig bij Het Licht te zijn, ook hij was vuurtorenwachter geworden. Posten worden door automatisering opgeheven. De ene na de andere vuurtoren gaat er aan!! Ik heb Het Licht gezien. In plaats van vuurtorenwachters wonen er nu in de woningen rijke kunstenaars en anti-socialistische miljonairs die nimmer van “Morgenrood”, laat staan “op naar Het Licht” gehoord hebben. Ik mag er niet meer komen. Verboden terrein!
 
Als vanzelf komt er een citaat naar boven:
 
“Een volk dat zijn geschiedenis niet kent
heeft geen toekomst.
Dan dooft
Het Licht!”